Fiat 500, nog een Italiaans icoon, wordt 60 jaar

De redelijk laag geprijsde Fiat 600 uit 1955 was een uitstekende auto met 4 plaatsen en een betrouwbare motor. Toch hadden veel Italianen niet de middelen om deze wagen te kopen. Fiat gaf daarom aan Dante Giacosa de opdracht om een “scooter met een dak” te ontwerpen. De Fiat 600 leek al een economisch meesterwerk, maar met het ontwerp van de nieuwe “piccola” overtrof Fiat zichzelf. Er werd gekozen voor een achteraan gemonteerde tweecilindermotor die het aantal componenten en hierdoor de kosten en het gewicht tot een minimum beperkte.

De Nuova 500 werd in juli 1957 voorgesteld en werd enthousiast onthaald door de pers en het publiek.

De Nuova 500 had 2 deuren en een groot canvasdak dat opengeplooid kon worden en tot over de motorkap reikte. De minuscule 479 cc-motor gaf amper 13 pk, net genoeg om een maximumsnelheid van 85 km/u te halen.

De commerciële start van de Nuova 500 was eerder moeilijk. Dit veranderde toen men in 1958 aan Carlo Abarth vroeg om een sportversie te ontwerpen die de 500 aantrekkelijker zou maken voor een jong publiek. De 500 Sport met 499,5 cc ontwikkelde 21,5 pk en haalde hierdoor een topsnelheid van 105 km/u.

In 1959 kreeg de 500 iets meer comfort, wat hem bij de lancering werd ontzegd. Hij kreeg ook meer plaats achteraan, door de aanpassing van het open dak, dat nu nog slechts tot het midden van het dakpaneel kon geopend worden.

Om te beantwoorden aan het gebrek aan ruimte creëerde Fiat de 500 Giardiniera, een stationcar versie van de 500. Door de motor 90° naar rechts te draaien, kon hij vrij plat gemonteerd worden onder de laadvloer. De 500 Giardiniera was een succes bij kleine bedrijven en handelaars die de Topolino Belvedere misten.

In 1960 werd de 500 D gelanceerd, met meer comfort en de 499,5 cc motor zoals de 500 Sport. De verkoopcijfers van de 500 bleven stijgen.

In 1965 stelde Fiat de 500 F voor. Het koetswerk was vrijwel identiek aan dit van de 500 D, maar toch was – op het voorpaneel en de motorkap na – iedere component anders. De 500 F kreeg minder chroom en is duidelijk herkenbaar aan de deuren die vanaf dan vooraan scharnierden.

In datzelfde jaar werd de productie van de 500 Giardiniera overgebracht naar de Autobianchi-fabriek in Desio, waar men de Bianchina maakte. Tot 1968 werd de 500 Giardiniera onder Fiat-logo verkocht, daarna ging hij door het leven als de Autobianchi Bianchina Giardiniera. Hij werd gebouwd tot 1977, ook als bestelwagenversie (Fourgone, zonder zijruiten achteraan)

De Fiat 500 bleef de Italiaanse autoverkoop in de jaren ’60 domineren. Hij kreeg steeds meer een rol als tweede auto en de klanten werden veeleisender op het vlak van luxe. Daarom lanceerde Fiat in 1968 de 500 L (Lusso of Luxe). De wagen kreeg een aantal aanpassingen op het vlak van kwaliteit en comfort. Typische kenmerken zijn de buisvormige verchroomde bumperdelen, andere wieldoppen en chroomlijsten rond de voor- en achterruit. Dankzij deze 500 L werd in 1970 een productiepiek van 380 000 exemplaren genoteerd.

In 1972 stond Fiat voor een dilemma. Men besefte dat de 500 aan het verouderen was. Moest men hem vernieuwen of helemaal vervangen? Het werd een tussenoplossing: men startte met de ontwikkeling van de Fiat 126, op ongeveer hetzelfde onderstel als de 500 en uitgerust met de 594 cc motor die men intussen ook in de 500 R (voor Rinnovata) had gestopt. De 500 R is aan de buitenkant herkenbaar aan het langwerpige FIAT-logo op het voorpaneel.

De concurrentie van de ruimere en iets beter presterende Fiat 126 zorgde voor een terugvallende verkoop van de 500. De oliecrisis 1974 deelde nog een extra klap uit. De productie werd op 1 augustus 1975 stopgezet. Er werden gedurende 17 jaar bijna 3,5 miljoen Fiat 500 gebouwd.

De Fiat 500 werd in meerdere landen in licentie gebouwd, meermaals met afwijkende carrosserievormen: de bekendste zijn de Duitse NSU-Fiat Weinsberg 500 Limousette en 500 Coupé en de Oostenrijkse Steyr-Puch 500, 590, 650 en 700 Combi (met andere tweecilindermotoren dan de Fiat-versie).

De Fiat 500 was ook meermaals de basis voor “gepersonaliseerde” versies: Giannini, Moretti, Zagato, Lombardi en Abarth zorgden voor technische aanpassingen. Vignale, Savio, Ghia, Pininfarina, Lombardi, Boano, Moretti, Viotti en Allemano maakten unieke coupé- en cabrioversies. CAP en Ferves gebruikten de 500 om er een off-road 4x4-versie van te maken.

Samen met de Fiat Club Belgio brengen wij 9 schitterende Fiat 500 naar Antwerpen.

Giannini 590 GT

Savio Albarella